Excursie Liechtenstein en Zwitserland – Academie van Bouwkunst Amsterdam
Doel:
Architectuur is niet iets dat je uit een boek kan leren, een aanzienlijk deel leer je door het daadwerkelijk te beleven. Excursies zijn daarom naast leuk ook erg leerzaam. De excursie naar Liechtenstein maakt deel uit van mijn huidige ontwerpopgave, de P4. De studenten in Liechtenstein doen een soortgelijke ontwerpopgave, om het programma van de EYOF (European Youth Olympic Festival) te plaatsen in een extreme omgeving en het in te passen in de context. Zij hebben als locatie het historische dorpje Steg dichtbij Vaduz, wij hebben de Bethunepolder dichtbij Utrecht. De excursie was echter hoofdzakelijk bedoeld om te kijken hoe andere architecten met de context om gaan en te kijken welke lessen hieruit getrokken kunnen worden.
Context:
Er kan op verschillende manieren om gegaan worden met de context van een gebouw. In Vrin en omgeving, in Zwitserland, probeert bijvoorbeeld Gion Caminada op een subtiele manier aansluiting te zoeken bij de traditie van het werken in hout om de uitstraling van het dorp in ere te houden. De context is hier het dorp en de traditie van ambacht. Traditie wordt vaak echter verkeerd gelezen. We moeten niet kijken hoe het voorheen gedaan werd, maar waarom. Caminada sluit op een eigentijdse manier erg goed aan bij de locale bebouwing. Tegenwoordig zijn er tenslotte andere mogelijkheden die nieuwe kansen bieden in de bouw, hierdoor past historiserend bouwen in feite niet in de lijn van een traditie.
Levende huizen:
De docenten van de universiteit van Liechtenstein hebben veel kennis van de traditie van bouwen in hout en welke eigenschappen hiermee gepaard gaan. Door de wanden in massief hout uit te voeren ontstaan er door het zetten van hout veel kieren en scheuren, het huis beweegt letterlijk en maakt geluid. Soms ontstaan er kieren van enkele centimeters. Een deur moet hierdoor dus in de loop der jaren een aantal keer opnieuw op maat worden gemaakt. Daarnaast moeten er bijvoorbeeld een soort verticale lateien toegepast worden, in plaats van horizontale lateien zoals wij die kennen. Als er een wand gemaakt wordt van massieve balken en deze een sparing van een deur ontmoeten ontstaat er de kans dat deze van elkaar kunnen glijden. Hierdoor moet er dus naast de deur een verticale ‘latei’ geplaatst worden die de balken op hun plek houdt.

Voorbeeld van traditionele houtverbinding. Houten gevel, hier is goed te zien hoe een verticale 'latei' toegepast wordt.
Een andere mooie eigenschap van hout is, karakteristiek aan de omgeving, dat deze op het Zuiden langzaam verkoolt door de zon en op het Noorden langzaam vergrijst. De gevel blijft dus in de loop der jaren van kleur veranderen. Een erg mooi voorbeeld hiervan is de Sint Benedict kapel in Sumvligt van Peter Zumthor. De ovale vorm van het volume laat het verloop van verkolen naar vergrijzen op een erg mooie manier zien. Daarnaast is dit project een erg mooi voorbeeld van een bescheiden project wat toch een krachtig gebaar maakt door middel van goed proportie, mooie lichtinval en mooie aansluitingen van het houtwerk. Een aanrader voor iedereen!

De Sint Benedict kapel in Sumvligt van Peter Zumthor. Hier is goed te zien hoe het hout van Noord naar Zuid anders reageert op het weer
Een krachtig gebaar:
Architectuur is deels ook de kunst van het verbeelden. Dit kan op een erg letterlijke manier. Zo heeft Andrea Deplazes in Zwitserland een uitbreiding van een wijnschuur gemaakt van o.a. baksteen. Door middel van het juist stapelen van de stenen ontstaat er een patroon dat op afstand een tros druiven symboliseert. Een goed voorbeeld van het toepassen van technologie om de lijn van een traditie door te zetten. Het metselwerkpatroon geeft naast de letterlijke uitbeelding van druiven ook een zeer mooie lichtinval binnen de schuur. Het effect is zo toegepast zodat het een bijzondere ervaring met zich meebrengt.
Het kan echter ook op een meer mystieke manier. Zo heeft Peter Zumthor in Walchendorf de Bruder Klaus kapel ontworpen. Dit is nogmaals een bescheiden bouwwerk dat helemaal in beton is uitgevoerd. De binnenruimte is ontstaan door middel van het maken van een soort wigwam constructie van 120 boomstammen. Deze zijn vervolgens in brand gestoken en helemaal weggebrand. Hierdoor is de afdruk van de bomen achtergebleven in het beton en is het geheel zwart uitgeslagen. De combinatie van het kale beige beton aan de buitenzijde en het zwarte ruwe beton aan de binnenzijde maakt het betreden van het kapel tot een bijzondere ervaring. Hetzelfde materiaal, beton, heeft twee totaal verschillende karaktereigenschappen gekregen, terwijl het nog altijd hetzelfde volume is.





